Home
Over mij
Turnen
De elementen
TSA nieuws
Scheikunde
Gastenboek

 

Dames Turnen  

KNGU

 

Soepel, vlot, technisch perfect en met veel plezier. Zo voer je als turnster op de toestellen je oefeningen uit. Je traint om steeds leniger en soepeler te worden. Die souplesse en dat plezier in turnen kun je krijgen als je lid wordt van een gymnastiekvereniging.

 

Ieder meisje kan meedoen aan turnen. Je hoeft nog geen ster te zijn op de brug of op de balk, al kun je dat wel worden. Je kunt ook altijd meedoen aan wedstrijden, zoals de onderlinge wedstrijden of wedstrijden op plaatselijk of regionaal niveau.

 

Voor dames turnen zijn er 4 toestellen, namelijk de sprong, de brug de balk en de vloer.

                           

  Sprong  

 

 

   

Streksprong

 

over-spreiden

 

 

 

Voor de recreatie is het toestel 'de sprong' alleen de minitrampoline of deze met een kast daar tussen en soms ook met de plank. Met gebruik van bok of kast, wordt ook wel steun springen genoemd.

                        

Erg belangrijk voor springen in de trampoline of op de plank is de techniek van het '1-2 springen'. Het na de aanloop afzetten met 1 been, dan met twee voeten in de trampoline of op de plank springen, hoogte krijgen door het opzwaaien van de armen en de landing.

De sprongen die je leert bij recreatie turnen uit de trampoline zijn: streksprong, hurksprong, spreidsprong, 1/2 of 1/1 draaisprong, hoeksprong en de salto. De steunsprongen die je leert zijn ophurken/spreiden, overhurken/spreiden, wenden, koprol op, handstand ploffen en de overslag.

 

 

Brug

                              

Bij dames turnen wordt altijd gebruik gemaakt van de ongelijke brug. De heren hebben de gelijke brug. Voor de brug is het belangrijk om je armspieren goed te ontwikkelen. Deze heb je nodig bij het zwaaien, draaien, hangen en steunen. 

 

 

 

 

      

Borstwaartsom

 

                                                                                                                 

 

 

Bij de recratie leer je de buikhang, duikelen, borstwaartsom, buikdraai, ondersprong en zwaaien.

                                   

Balk

Bij recreatie turnen begin je eerst met het doen van verschillende loopvormen zoals lopen (op de tenen) en beenheffen. Dit omdat turnen op een balk wel even wennen is. Dit word dan rustig opgebouwd naar sprongetjes als de streksprong, kattesprong, de aansluitpas en de loopsprong. En ook draaien op de tenen en in de hukzit.

Wanneer je al wat langer op de balk turnt, dan krijg je ook de draai op 1 been, de koprol, handstand en de radslag.

 

                        
 

 

 

 

 

 

 

Vloer

                     

Bijna alle mogelijke vormen van bewegen kunnen gedaan worden op de lange mat.

De elementen die je bij de recreatie leert voor de langmat zijn de koprol v.o. of a.o., handstand(doorrol), radslag, arabier en overslag. De sprongen voor de langemat zijn de streksprong, kattesprong, aansluitpas, loopsprong, schaarsprong, 1/2 of 1/1 draaisprong.

 

   

 koprol v.o.

  radslag